King James Bible - Nederlands StatenVertalings 1715 Bijbel

Psalms 79
Psalmen 79     

The Book of Psalms
Psalmen

Return to Index
Index

Chapter 80

To the chief Musician upon Shoshannimeduth, A Psalm of Asaph. Give ear, O Shepherd of Israel, thou that leadest Joseph like a flock; thou that dwellest between the cherubims, shine forth.

 

Voor den opperzangmeester, op Schoschannim; een getuigenis, een psalm van Asaf.

Before Ephraim and Benjamin and Manasseh stir up thy strength, and come and save us.

 

Wek Uw macht op voor het aangezicht van Efraim, en Benjamin, en Manasse, en kom tot onze verlossing.

Turn us again, O God, and cause thy face to shine; and we shall be saved.

 

O God! breng ons weder, en laat Uw aanschijn lichten, zo zullen wij verlost worden.

O LORD God of hosts, how long wilt thou be angry against the prayer of thy people?

 

O HEERE, God der heirscharen! hoe lang zult Gij roken tegen het gebed Uws volks?

Thou feedest them with the bread of tears; and givest them tears to drink in great measure.

 

Gij spijst hen met tranenbrood, en drenkt hen met tranen uit een drieling.

Thou makest us a strife unto our neighbours: and our enemies laugh among themselves.

 

Gij hebt ons onzen naburen tot een twist gesteld, en onze vijanden spotten onder zich.

Turn us again, O God of hosts, and cause thy face to shine; and we shall be saved.

 

O God der heirscharen! breng ons weder, en laat Uw aangezicht lichten; zo zullen wij verlost worden.

Thou hast brought a vine out of Egypt: thou hast cast out the heathen, and planted it.

 

Gij hebt een wijnstok uit Egypte overgebracht, hebt de heidenen verdreven, en hebt denzelven geplant;

Thou preparedst room before it, and didst cause it to take deep root, and it filled the land.

 

Gij hebt de plaats voor hem bereid, en zijn wortelen doen inwortelen, zodat hij het land vervuld heeft.

The hills were covered with the shadow of it, and the boughs thereof were like the goodly cedars.

 

De bergen zijn met zijn schaduw bedekt geweest, en zijn ranken waren als cederbomen Gods.

She sent out her boughs unto the sea, and her branches unto the river.

 

Hij schoot zijn ranken uit tot aan de zee, en zijn scheuten tot aan de rivier.

Why hast thou then broken down her hedges, so that all they which pass by the way do pluck her?

 

Waarom hebt Gij zijn muren doorgebroken, zodat allen, die den weg voorbijgaan, hem plukken?

The boar out of the wood doth waste it, and the wild beast of the field doth devour it.

 

Het zwijn uit het woud heeft hem uitgewroet, en het wild des velds heeft hem afgeweid.

Return, we beseech thee, O God of hosts: look down from heaven, and behold, and visit this vine;

 

O God der heirscharen! keer toch weder; aanschouw uit den hemel, en zie, en bezoek dezen wijnstok,

And the vineyard which thy right hand hath planted, and the branch that thou madest strong for thyself.

 

En den stam, dien Uw rechterhand geplant heeft, en dat om den zoon, dien Gij U gesterkt hebt!

It is burned with fire, it is cut down: they perish at the rebuke of thy countenance.

 

Hij is met vuur verbrand; hij is afgehouwen; zij komen om van het schelden Uws aangezichts.

Let thy hand be upon the man of thy right hand, upon the son of man whom thou madest strong for thyself.

 

Uw hand zij over den man Uwer rechterhand, over des mensen zoon, dien Gij U gesterkt hebt.

So will not we go back from thee: quicken us, and we will call upon thy name.

 

Zo zullen wij van U niet terugkeren; behoud ons in het leven, zo zullen wij Uw Naam aanroepen.

Turn us again, O LORD God of hosts, cause thy face to shine; and we shall be saved.

 

O HEERE, God der heirscharen! breng ons weder; laat Uw aanschijn lichten, zo zullen wij verlost worden. Psalmen 81

Psalms 81 - Psalmen 81

 

 

 

SpeakingBible Software © 2001-2004 by johnhurt.com